Beleid, Recht en Gedrag: gedragswetenschappen in plaats van intuïtie

Beleid, Recht en Gedrag: waarom wetgevers en beleidsmakers zich meer zouden moeten verdiepen in de gedragswetenschappen

Als ik het leuk vind, doe ik toch wat niet mag… Als ik boos ben, doe ik toch wat niet mag… Als ik de regels niet ken, doe ik toch wat niet mag… Als mijn vriendje het ook doet, doe ik toch wat niet mag.

Gedragswetenschappen zijn hot. De coronapandemie heeft de noodzaak van het écht begrijpen van mensen (opnieuw) laten zien. Waarom doen ze wat ze doen? En hoe ‘sturen’ we ze de ‘goede’ kant op? Eens te meer blijkt maar weer dat regels, een wekelijkse persconferentie en politie-ingrijpen soms eerder contraproductief werken dan het gewenste resultaat opleveren. De discrepantie tussen de doelstellingen van wetgeving en beleid en het daadwerkelijke gedrag van mensen valt steeds meer op, waarmee de roep om dit gat te dichten luider wordt. Dus verschuift de aandacht van technocratie naar de mens.

The Behavioral Code
Onlangs verscheen het boek ‘The Behavioral Code’ van Benjamin van Rooij en Adam Fine. In dit boek wordt grondig onderzocht en aangegeven waarom wetten lang niet altijd tot het gewenste doel leiden. Sterker: sommige wetten worden structureel overtreden of leiden zelfs tot het tegenovergestelde dan waarvoor ze bedoeld zijn. Denk aan alle ellende en criminaliteit die de drooglegging in de VS in de jaren ‘20 heeft gebracht. En niemand die er minder om ging drinken. Of de invoering van de veiligheidsriem in de auto. Hier moest een combinatie van maatregelen aan te pas komen, voordat men deze ‘inbreuk op de vrijheid’ respecteerde. Het grote naleven en incorporeren gebeurde pas toen er iemand zo slim was om een hinderlijk piepje te bedenken dat aangaf dat je je riem niet omhad.  

Vaak vallen de bedoelde resultaten zo tegen omdat wetgevers, en ongetwijfeld geldt dit ook voor beleidsmakers en politici, op intuïtie afgaan wat menselijk gedrag betreft, in plaats van dat ze gedragswetenschappelijke inzichten gebruiken. “Behavioral novices” noemen Van Rooij en Fine ze.

Deze novices komen we uiteraard niet alleen in de publieke sector tegen. Veel bedrijven weten ook niet hoe ze een juiste bedrijfscultuur kunnen realiseren waarin mensen prettig gedijen, zich veilig voelen en volop meewerken aan het behalen van de bedrijfsresultaten.

Vaak helpt straffen (helemaal) niet
Het boek staat bol van voorbeelden van wetten en regels die rationeel logisch lijken, maar in de praktijk totaal niet werken. Bijvoorbeeld omdat niemand ze kent, men ze niet rechtvaardig vindt, ze uitgaan van een verkeerd mensbeeld, of gewoon reageren op de publieke opinie die al snel om straf en vergelding vraagt. Terwijl vele onderzoeken aangeven dat straffen vaak niet de oplossing is.

Verplichte behavioural science training voor beleidsmakers?
Zelf maken mijn collega’s en ik vaak mee dat beleid ontwikkeld door vakspecialisten achteraf nog ‘verkocht’ moet worden met een doordachte communicatie- of campagnestrategie aan de mensen die het aangaat. Of dat er draagvlak geregeld moet worden voor beleid waar burgers helemaal niet op zitten te wachten en dat bovendien dan achteraf door participatie alsnog op hun wensen wordt afgestemd.  Door gebruik te maken van slimme framing en het rekening houden met verschillende leefstijlen kunnen we op vlak van acceptatie veel bereiken, maar het zou natuurlijk mooi zijn als we tijdens de ontwikkeling al rekening houden met de irrationele aspecten die onlosmakelijk aan het mens-zijn zijn verbonden.

Gedragspsychologie kan een enorme impact hebben op beleid en wetgeving
Waar het onder psychologen, marketeers en app-bouwers al lang doorgedrongen is dat mensen de meeste keuzes niet rationeel maken, wordt in de beleidskunde en het recht nog meestal vastgehouden aan de verstandige ‘alles afwegende’ mens. Het boek Thinking, Fast en Slow van Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman lijkt hier nog een grote onbekende. Ik ben het dus helemaal eens met hen eens als Van Rooij en Fine het volgende zeggen over het gebruiken van gedragspsychologie : “For law en behavior, this has immense implications.”  

Gaan we nu een tijd tegemoet waarin nudges die mensen onbewust aanzetten tot gewenst gedrag meer en meer worden ingezet? Gaan we meer insteken op langere termijn gedragsverandering door met beleid en communicatie in te spelen op mensen hun waarden en normen? Gaan we meer effort steken in het bereiken en beïnvloeden van ‘de groep’ en de invloed van mensen op elkaar, dan puur van het individu uit te gaan? En gaan we meer aandacht besteden aan de procedures waarop wetgeving en beleid wordt ontwikkeld (als in: meer transparantie en geloofwaardigheid)?

Omdat dit allemaal meer effect lijkt te hebben dan hit-and-run wetgeving en straffen gebaseerd op onderbuikgevoelens en het rationele mensbeeld, lijkt het antwoord volmondig ja te zijn. Dit maakt ook het boek van Van Rooij en Fine een belangrijk boek.

Zes stappen
Van Rooij and Fine beschrijven een 6-stappenplan om tot een geïntegreerde en effectieve aanpak van wetgeving en gedragspsychologie te komen. (Lees voor de stappen vooral het boek!) In plaats van (alleen) achteraf te straffen of wetgeving aan te passen, geven zij aan dat dit tot een geïntegreerde aanpak kan leiden, die ook preventief werkt, als we antwoorden zoeken op vragen als: Wat is de basis van het probleem, wat motiveert mensen om bepaald gedrag te vertonen, hoe heeft de omgeving en situatie daar invloed op etc.

Naast de 6 stappen vragen de auteurs ook om 3 fundamentele hervormingen om ervoor te zorgen dat de beleidsmakers daadwerkelijk de ‘behavioral code’ incorporeren:

  • Juridische opleidingen en -praktijk combineren met kennis en ervaring uit de sociale wetenschappen
  • De wetenschap op zich moet meer samenwerken, beter communiceren, uit de ivoren toren komen, zorgen dat de studies goed aansluiten op de ‘echte wereld’, het debat aangaan en betrouwbaar zijn/blijven
  • Last but not least pleiten de auteurs ervoor om ‘Onszelf’ te veranderen. Wij (burgers) moeten meer luisteren naar onze eigen normen en waarden en minder wachten op de wetgever, wetenschap of politiek. We kunnen juist met ons (stem)gedrag en mening de politiek de goede kant op bewegen. Wij kunnen beleid eisen dat daadwerkelijk gebaseerd is op (wetenschappelijk) inzicht in menselijk gedrag, in plaats van maatregelen te accepteren die ‘intuïtief goed klinken’ maar in de praktijk geen effect, of het tegenovergestelde effect hebben. 

Iedereen aan de slag met de Behavioral Code
Deze beweging lijkt momenteel bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid of grensoverschrijdend gedrag aan de gang. Daarbij is het aan iedereen om niet alleen bij beleid, wetten, communicatie af te vragen tot welk gedrag dit leidt, of welk gedrag hier de oorzaak van is. Maar ook bij alle misstanden of zaken die we anders willen zien in de maatschappij of onze organisatie moeten we ons de gedragsvragen stellen: welke situaties en motivaties bevorderen dit gedrag? Hoe kan beleid en wetgeving dit beïnvloeden? Als we dit allemaal doen, komen er steeds meer ambassadeurs van de ‘Behavioral Code’. En dat lijkt mij een goede ontwikkeling!

Michel Buhrs
Directeur Behaviour Club

Relevante berichten

Een training alleen organiseren voldoet niet

Laaggeletterdheid is een hardnekkig en veelvoorkomend probleem. Miljoenen Nederlanders hebben moeite met alledaagse taken zoals internetbankieren, (klein)kinderen voorlezen of een brief van de gemeente begrijpen. Om de taalvaardigheid van Nederlanders te verbeteren zijn er vele scholingsmogelijkheden, maar hoe krijg je deze doelgroep naar gepast scholingsaanbod? En hoe zorg je ervoor dat zij deze scholing afronden?

Lees meer »

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.